Home | iGoogle | Upload uw persbericht | Contact | Help | Recente Nieuwsbrieven | Laatste nieuws in uw mailbox! | Meld uw link aan!

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 
 

Meest gevonden op Lichtnet.Net Mijn lichtnet Inloggen linken Help
 
Werkplekverlichting

Lichttechnische termen

Werkplekverlichting      

Op kantoren, werkplaatsen en fabrieken; De verlichting moet altijd van voldoende kwaliteit zijn om de visuele prestaties te garanderen. Om goed te kunnen lezen, schrijven en computerwerk te kunnen verrichten zal de werkplekverlichting altijd van voldoende kwaliteit moeten zijn om de visuele prestaties te waarborgen.

Verschillende parameters bepalen in hoge mate de kwaliteit van de werkplekverlichting. Verlichtingssterkte, illuminatie, armaturen, reflectie en lichtkleur beïnvloeden de kwaliteit van de werkplek. Goede verlichting is dus noodzaak om mensen goed te laten werken, bovendien leidt slechte werplek verlichting tot stress. Daglicht is een belangrijke factor in het welbehagen voelen van mensen.. Het is dan ook logisch dat daar waar daglicht ontbeerd deze vervangen wordt door kunstlicht. Essentieel is dat naast een goed lichtniveau ook de kwalitatief in beschouwing genomen wordt. Van belang is dat luminnaties in balans zijn. .

Wetten en normen
Er zijn veel manieren om te voldoen aan de eisen van de norm voor werkplekverlichting. Maar het wordt al een stuk gemakkelijker als de benodigde gegevens op een gestandaardiseerde manier worden bepaald en weergegeven. De Europese verlichtingsnorm EN 12464-1 gaat over werkplekverlichting.. De norm bepaalt voor diverse toepassingsgebieden de praktijk-verlichtingssterke Em (uitgedrukt
in lux). Dit relatief nieuwe begrip is de verplichte gemiddelde verlichtingssterkte op de werkplek. Naast het taakgebied en de randzone gelden minimumwaarden voor algemene ruimten: een praktijk-verlichtingssterkte van 200 lux op plaatsen waar mensen continu aanwezig zijn en 20 lux voor plaatsen die incidenteel worden betreden. De norm bepaalt voor diverse toepassingsgebieden de praktijk-verlichtingssterke Em (uitgedrukt in lux). Dit relatief nieuwe begrip is de verplichte gemiddelde verlichtingssterkte op de werkplek. Naast het taakgebied en de randzone gelden minimumwaarden voor algemene ruimten: een praktijk-verlichtingssterkte van 200 lux op plaatsen waar mensen continu aanwezig zijn en 20 lux voor plaatsen die incidenteel worden betreden.

r zijn veel manieren om te voldoen aan de eisen van de norm voor werkplekverlichting. Maar het wordt al een stuk gemakkelijker als de benodigde gegevens op een gestandaardiseerde manier worden bepaald en weergegeven. De Europese verlichtingsnorm EN 12464-1 gaat
gedetailleerd in op verlichting van de werkplek. De norm bepaalt voor diverse toepassingsgebieden de praktijkverlichtingssterke Em (uitgedrukt
in lux). Dit relatief nieuwe begrip is de verplichte gemiddelde verlichtingssterkte op de werkplek. Naast het taakgebied en de randzone
gelden minimumwaarden voor algemene ruimten: een praktijkverlichtingssterkte van 200 lux op plaatsen waar mensen continu aanwezig zijn
en 20 lux voor plaatsen die incidenteel worden betreden. Zoals algemeen geweten heeft licht een grote invloed op het goed functioneren en De norm bepaalt voor diverse toepassingsgebieden de praktijkverlichtingssterke Em (uitgedrukt in lux). Dit relatief nieuwe begrip is de verplichte gemiddelde verlichtingssterkte op de werkplek. Naast het taakgebied en de randzone gelden minimumwaarden voor algemene ruimten:
een praktijkverlichtingssterkte van 200 lux op plaatsen waar mensen continu aanwezig zijn en 20 lux voor plaatsen die incidenteel worden
betreden. Zoals algemeen geweten heeft licht een grote invloed op het goed functioneren enz.

Verlichtingssterkte
Er worden diverse onderdelen gewijd aan de aanbevolen verlichtingssterkten en bijzondere omstandigheden.. Deze verlichtingssterkten van de onmiddellijk omringende zone worden in de Europese norm duidelijk vermeld, evenals de aanbevolen waarden van de gelijkmatigheids verdeling. Hierbij zijn er ook omgevings parameters die invloed hebben op de verlichting, zoals de  reflectie  van de muren, de natuurlijke lichtinval van buitenaf, etc. De basis voor de verlichtingssterkte wordt praktisch gevormd door de combinatie van de wettelijke verlichtingsvoorschriften en het programma van eisen en wensen van de klant/gebruiker. Iedereen onder ons werkt tegenwoordig met op het horizontale bureauvlak niet meer dan circa 250 à 300 lx is. Omdat plafondarmaturen op veel plaatsen toch nog te hoge lichtniveaus veroorzaken, heeft indirecte basisverlichting hier de voorkeur. Het lichtniveau van 250 à 300 lx op het bureauvlak kan onvoldoende zijn voor het lezen van fijne tekeningen met geringe contrasten. In dat geval dient de werkplek aanvullend verlicht. Deze plaatselijke verlichting mag echter het beeldscherm niet extra verlichten en geen verblinding veroorzaken. Een ander belangrijk punt dat al eens vergeten wordt, geldt voor het lichtniveau in aangrenzende ruimten – bijvoorbeeld open fabriekshallen– wanneer men vanaf de werkplek zicht heeft op een ruimte met een hoger lichtniveau.
Hier is het uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk dat tussen deze aangrenzende en met elkaar in verbinding staande ruimten, de verlichtingssterkten niet meer dan een factor 20 verschillen. Indien vensters aanwezig zijn heeft een hoger lichtniveau – met name verder
van het venster af – de voorkeur. Dit om het verschil in lichtniveau enigszins te verkleinen en om bij het opkijken naar het heldere venster de aanpassingsproblemen te verminderen. Kleine details, zwakke contrasten en hogere leeftijd van de medewerker vragen om een verhoogd lichtniveau
.

Type verlichting
Verlichting bestaat er in alle soorten en kleuren. Echter de meeste kantoren en fabriekshallen worden nog altijd verlicht met fluorescentiefotolampen (TL-lampen). Bij de keuze van een type fluorescentielamp spelen het lamprendement, lichtkleur en kleurweergave eigenschappen een belangrijke rol. Voor de maat van de kleur van de lichtbron wordt de term kleurtemperatuur gebruikt, die op zijn beurt wordt geassocieerd met warmte. Lampen met een lage kleurtemperatuur wordt een warme lichtkleur toegeschreven, terwijl lampen met een hoge kleurtemperatuur een koele(re) lichtkleur uitstralen. De kleurweergave index (Ra) daarentegen is een maat voor de mate waarin kleuren van oppervlakken die verlicht worden door een bepaalde lichtbron, nauwkeurig worden weergegeven. De kleurweergave index is gebaseerd op de nauwkeurigheid waarmee een set testkleuren gereproduceerd wordt door een bepaalde lichtbron en de wijze waarop dit gebeurt bij een passende standaardlichtbron. Bij volkomen overeenkomst is Ra = 100. Dus hoe hoger de index hoe betrouwbaarder de kleurwaarneming. In kantoren wordt aanbevolen een kleurweergave index van minimaal 80 en een kleurtemperatuur tussen de 3000 en 5000 K te kiezen. Bij beperkte daglichttoetreding heeft een lage kleurtemperatuur binnen die marge de voorkeur.

Kwaliteit
Om te kunnen komen tot een werkelijk goede en gezonde verlichtingsinstallatie, moeten de visuele kwaliteitsaspecten van een verlichtingsinstallatie worden verfijnd en uitgebreid. Het biologische effect van licht wordt niet direct bepaald door de verlichtingssterkte op het werkvlak, maar door het licht dat het oog bereikt. Daglicht heeft door zijn natuur een dynamische intensiteit. Als er echter onvoldoende mogelijk is om te profiteren van daglicht dan kan dynamisch kunstlicht voordelen bieden. Visueel bekeken is licht alleen vereist als en zolang men ‘kijkt’. Maar biologisch gezien is ook het tijdstip waarop het licht (of de duisternis) wordt beleefd belangrijk. Onze interne klok gebruikt het als referentiepunt.