Hoeveel licht benodigd is voor het uitvoeren van een taak hangt af van
- de grootte van de details
- de mate van contrast
- kijkafstand
Deze variëren voor verschillende taken, en dus varieert de benodigde
verlichtingssterkte voor verschillende taken.
Als maat voor de verlichtingssterkte wordt de minimale verlichtingssterkte op het taakvlak gehanteerd. Deze wordt uitgedrukt in de eenheid lux. In onderstaande tabel zijn als voorbeeld voor een aantal taken de volgens de verlichtingsnorm EN-12464 vereiste verlichtingssterkten opgenomen.
Taak |
Verlichtingssterkte |
| Kantoorwerk: schrijven, typen, lezen, gegevens verwerken |
500 lux |
| Gezondheidszorg: verpleegafdeling |
100 lux |
| Gezondheidszorg: dagverblijf |
200 lux |
| Gezondheidszorg: leesverlichting |
300 lux |
Gezondheidszorg: onderzoek |
1000 lux |
Invloed van leeftijd op de benodigde verlichtingssterkte
Bij het ouder worden, nemen de oogprestaties af. Op 60-jarige leeftijd heeft men bijvoorbeeld voor het lezen van een gedrukte tekst ca. vijfmaal zoveel licht nodig als op 40-jarige leeftijd. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij een hoge verlichtingssterkte (1000 – 2000 lux) normale oogtaken zoals lezen en fijn handwerk nog tot op hoge leeftijd uitgevoerd kunnen worden. Hiermee blijven ouderen langer zelfredzaam, en is minder zorg nodig.
Ook bij werkenden zou hiermee rekening gehouden moeten worden. Zo wordt in de norm voor verlichting van scholen uitgegaan van een gemiddelde verlichtingssterkte, maar bij een verlichtingsontwerp van bijvoorbeeld een klaslokaal zou je rekening kunnen houden met het feit dat kinderen aanzienlijk minder licht nodig hebben dan hun oudere leraar.
|