Mail voor meer oinfo
Home | iGoogle | Upload uw persbericht | Contact | Help | Recente Nieuwsbrieven | Laatste nieuws in uw mailbox! | Meld uw link aan!

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 
 

Meest gevonden op Lichtnet.Net Mijn lichtnet Inloggen linken Help
 
 
 
 Verlichting op school
 
< Terug naar publicaties

Verlichting op school - een efficiënte manier om onderwijs en welzijn van kinderen te verbeteren.

  De kwaliteit van het onderwijs is afhankelijk van talrijke factoren, zoals de deskundigheid van de docenten, hun vermogen leerlingen te stimuleren en van het didactische gehalte van de toegepaste leermethoden en hulpmiddelen. Maar ook de omgeving waarin het onderwijs wordt aangeboden speelt een belangrijke rol.

Anders dan vroeger heeft men gelukkig wel aandacht voor de leeromgeving.
Tegenwoordig zijn er voor de inrichting van klaslokalen volop systemen leverbaar die zijn ontwikkeld met aandacht voor de behoeften van zowel leerlingen als leerkrachten.

Op het terrein van verlichting heeft Philips speciaal voor het onderwijs systemen ontwikkeld, die gebaseerd zijn op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.  

In de Verenigde Staten is een interessant onderzoek gedaan naar het verband tussen verlichting en schoolprestaties (Heschong et al., 2002). De onderzoekers vergeleken de prestaties in klaslokalen met en zonder daglicht en constateerden dat kinderen beduidend beter leerden in een lokaal met daglicht.

Geconcludeerd werd dat dit mogelijk het gevolg was van beter zicht door één of meer van de volgende factoren: 

  • betere kleurweergave
  • grotere verlichtingssterkte
  • betere spectrale inhoud van daglicht
  • betere driedimensionale vormwaarneming d.m.v. licht en schaduw
  • minder trilling van elektrische verlichting
    • beter moreel van docenten en/of studenten of betere prestaties als gevolg van:
    • mentale prikkeling door variërende verlichtingsomstandigheden
    • kalmerend effect van contact met een natuurlijke omgeving (het weer, het moment van de dag)
    • grotere alertheid als gevolg van de circadiane biochemische reactie op daglicht (hoeveelheid neurotransmitters).

 

Zien of niet zien
Dat licht in eerste instantie is bedoeld om ons te laten zien, ligt voor de hand. Theoretisch gezien geldt: hoe meer licht, hoe beter je ziet, hoe sneller je kunt lezen enz. – zolang je maar geen last hebt van verblinding. De huidige normen (EN 12464-1 – Werkplekverlichting Deel 1: Werkplekken binnen) schrijven een minimum gemiddelde verlichtingssterkte voor scholen voor. Dit is het absolute minimum maar een hogere verlichtingssterkte wordt altijd aangeraden. Het doel van deze normen is om te garanderen dat de minimale vereisten gehaald wor-den. Het is belangrijk te weten dat de verlichting in klaslokalen, wanneer die voor verschillende doeleinden gebruikt worden, bijvoorbeeld voor het onderwijs van kinderen overdag en volwasseneneducatie in de avond, moeten voldoen aan de zwaarste gebruikseisen. Voor optimale visuele prestaties moeten de gebieden waarnaar gekeken wordt, zoals tafels en het schoolbord, goed verlicht zijn. De (verticale) verlichtingssterkte bepaalt hoe goed we gezichten en gezichtsuitdrukkingen waarnemen. Het is ook belangrijk om ervoor te zorgen dat de verticale verlichtingssterkte op de plek waar de docent staat, groot genoeg is. 

Slapen of leren
Circadiane ritmen zijn veranderende patronen die een periode van ongeveer 24 uur beslaan. Deze ritmen beïnvloeden de lichaamstemperatuur, de alertheid en de aanmaak van hormonen zoals melatonine en cortisol, zie figuur 1. Onze biologische klok bevindt zich in de suprachiasmatische kern en wordt bijgesteld aan de hand van licht dat de ogen opvangen (Brainard en Bernecker, 1995).  

’s Ochtends zijn we minder alert dan aan het begin van de middag. Uit onderzoek blijkt dat de subjectieve alertheid en de snelheid van visuele zoekopdrachten vroeg in de ochtend lager liggen. Blootstelling aan licht in de ochtend is van invloed op de hoeveelheid cortisol in het lichaam; omdat meer licht ook het elektro-encefalogram (EEG) verandert en mensen alerter maakt, is meer licht in de ochtend een manier om slaperigheid te verminderen en leerprestaties te verbeteren. Leerlingen die overdag leren, profiteren daarom vooral in de ochtend en tijdens de ‘post-lunch-dip’ van een grotere verlichtingssterkte (Van den Beld, 2002).  

Invloed op het welzijn
Zoals met wel meer dingen het geval is, kan verlichting goed of fout zijn. Een kenmerkend voorbeeld hiervan, hoewel het niets te maken heeft met de hoeveelheid licht, is de trilling die veroorzaakt wordt door magnetische voorschakelapparatuur en die hoofdpijn en pijn aan de ogen kan veroorzaken (Wilkins et al., 1989). Het probleem verdwijnt wanneer de magnetische voorschakelapparatuur vervangen wordt door een elektronische versie, die bovendien energiezuiniger is.  

Gedurende de afgelopen jaren hebben we een veel beter beeld gekregen van hoe verlichting mensen beïnvloedt. Een voorbeeld daarvan is de enigszins verontrustende informatie over het verband tussen slechte verlichting en het ontstaan van bijziendheid. Wolbarsht (2002) legt in het kort uit: "Sterkere omgevingsverlichting zorgt voor kleinere pupillen die dichterbij scherp stellen, waardoor minder accommodatie nodig is voor het zien van nabije objecten. Daarom kan een verlichtingssterkte die voldoende is om voor een verkleinde pupil te zorgen tijdens het lezen of televisiekijken (2-3 mm of minder), mogelijk voorkomen dat zich bijziendheid ontwikkelt. In ieder geval moet het kinderen afgeraden worden alleen taakverlichting te gebruiken in plaats van omgevingslicht. Klaslokalen zouden daarom sterk verlicht moeten zijn en kinderen zouden tv moeten kijken met het woonkamerlicht aan en zouden niet met alleen taakverlichting huiswerk moeten maken."  

Moet school een aangename plek zijn?
Boyden (1971) maakt onderscheid tussen ‘overlevingsbehoeften’ en ‘welzijnsbehoeften’ van mensen. In een werkomgeving wordt aan het merendeel van de overlevingsbehoeften voldaan, maar wanneer niet voldaan wordt aan welzijnsbehoeften, kan dit psychosociale onbalans en stressgerelateerde ziekten veroorzaken. Mensen, ook kinderen, hebben behoefte aan "een interessante en esthetisch verantwoorde omgeving waarin een zekere hoeveelheid van, voor de toeschouwer relevante, verandering plaats vindt." Er bestaat een rechtstreeks verband tussen deze behoefte en verlichting. Uiteindelijk is het de verlichting die het uiterlijk bepaalt van de ruimte om ons heen. We voelen ons, simpel gezegd, beter in een aangename omgeving. Belangrijke voordelen hiervan, die in verband staan met prestaties, zijn onder andere de bereidheid om anderen te helpen, een beter geheugen, efficiëntere besluitvorming en een groter innovatief en creatief probleemoplossend vermogen. Al deze aspecten spelen een belangrijke rol op school. De omgeving op school is daarom zeer belangrijk en verlichting speelt daarin een grote rol.  

Ervoor zorgen dat de verlichtingssterkte groter is dan het aanbevolen minimum, dat alleen elektronische voorschakelapparatuur gebruikt wordt en dat de grote hoeveelheid verlichting ook gepaard gaat met lichtregelaars om op het juiste moment op de juiste plek de juiste hoeveelheid licht te krijgen, zijn een aantal belangrijke stappen in de richting van betere verlichting op school. 

Bronnen:
Beld, van den, G. (2002) Light and well-being, Lighting & Engineering, 12 (4), 11-15
Boyden, S. (1971) Biological Determinants of Optimal Health, in D.J.M. Vorster (Ed.) Proceedings of the Human Biology of Environmental Change conference, April, Blantyre Malawi, 5-12
Brainard, G.C., Bernecker, C.A. (1995) The Effects of Light On Human Physiology and Behaviour, Proceedings of the 23th session of the CIE, New Delhi, 16
Heschong, L., Wright, R. L., Okura, S. (2002) Daylighting impacts on human performance in school, Journal of Illuminating Engineering Society, 101-114
Isen, A., Baron, R. (1991) Positive affect as a factor in organizational behaviour, in L. L. Cummings & B. M. Staw (Eds.), Research in Organizational Behaviour, 13, 1 - 54
Wilkins, A.J., Nimmo-Smith, I., Slater, A.I., Bedocs, L. (1989) Fluorescent lighting, headaches and eyestrain, Lighting Research and Technology, 21(1), 11-18
Wolbarsht, M.L. (2002) The development of myopia (nearsightedness) in relation to the lighting environment, Proceedings of the Light and Human Health conference, November, Lake Buena Vista, Florida (USA), 17-23

Bron: Philips Lightning uit Schoolfacilities
September 2005

< Terug naar publicaties

 

 
 
Copyright © Lichtnet.net 2000-2010 Voorwaarden | RSS Feed