|
Groepen :
Huishoudelijke Verlichting
Verlichting Utiliteitsbouw
Openbare Verlichting
Huishoudelijke Verlichting
De Projectgroep Huishoudelijke Verlichting houdt zich bezig met de uitvoering van de aanbevelingen op het gebied van huishoudelijke verlichting.
De projectgroep Huishoudelijke Verlichting werkt met retailers, leveranciers en overheden aan een gezamenlijke voorlichtings- en promotiecampagne over energiezuinige huishoudelijke verlichting. Het hoogtepunt van de campagne is gepland in oktober van dit jaar, rond de overgang van zomer- naar wintertijd. Matte gloeilampen mogen al vanaf september van dit jaar niet meer in de handel worden gebracht. Het is dus zaak om consumenten – ook voor die tijd – voor te lichten over bruikbare alternatieven.
Uitfaseren
In de projectgroep is afgesproken dat SenterNovem samen met leveranciers een overzicht maakt van de spaar- en LED-lampen die als vervanging kunnen dienen voor gloeilampen. Middels brochures, landelijke advertenties en reclameacties in de winkels worden consumenten geïnformeerd over de uitfasering van gloeilampen en over de energiezuinige alternatieven die er op de markt zijn. Onder meer de Raad Nederlandse Detailhandel (RND), Philips, Milieucentraal, VROM en SenterNovem werken gezamenlijk aan de uitwerking van de voorlichtings- en promotiecampagne.
Verleiden
De consument verleiden om over te stappen op energiezuinige verlichting is ook een doel van de projectgroep", vertelt Eric Jan Schipper, Manager Externe betrekkingen bij Intergamma en voorzitter van de projectgroep. "Die overstap lijkt simpel maar het is een behoorlijke verandering. Met de projectgroep hebben we drie fasen onderscheiden: aanschaf, gebruik en afval."
Aanschaf
"De meeste consumenten zijn opgegroeid met gloeilampen. Als er een lamp stuk is, gaan ze bijna automatisch opzoek naar dezelfde lamp. Maar op grond van Europese regelgeving verdwijnt de gloeilamp langzaam uit de schappen. De consument weet niet altijd door welke spaarlamp of LED-lamp een gloeilamp vervangen moet worden. Daar moeten we heldere voorlichting over geven. Aan de consument maar ook aan het winkelpersoneel dat op de hoogte moet zijn. We hebben bijvoorbeeld al een conversielijst opgesteld waarop staat welke gloeilamp door welke spaar- of LED-lamp vervangen kan worden. We willen zo een 'technische' wet in de eerste plaats helder vertalen naar een werkbare praktijk."
Gebruik & Afval
"Is de zuinige lamp eenmaal aangeschaft dan gaat het erom dat de consument de verlichting op de juiste wijze gebruikt. Het is namelijk niet de bedoeling dat – 'omdat hij toch zo zuinig is' – een spaarlamp altijd aan blijft. Dat levert geen energiebesparing op. En is de energiezuinige lamp eenmaal aan zijn einde, dan kan die niet zomaar de glasbak in zoals een gloeilamp. Ook op dat gebied is bewustwording noodzakelijk."
Mediacampagne
"Om de overstap naar spaar- of LED-lampen in gang te zetten, starten we een massamediale campagne. Grote winkelketens zoals IKEA, Hema en Gamma zijn al een tijd overstag en doen, net als andere retailers, de spaarlampen steeds vaker in de aanbieding. Maar het is vooral belangrijk dat we de voordelen van energiezuinige verlichting vertalen voor de consument. Die kiest helaas nog vaak voor de goedkoopste lamp in de schappen en realiseert zich niet dat hij met een energiezuinige lamp uiteindelijk meer bespaart.
Verlichting Utiliteitsbouw
De Projectgroep Verlichting Utiliteitsbouw houdt zich bezig met de uitvoering van de aanbevelingen op het gebied van niet woninggebonden gebouwen, zoals kantoren, scholen, winkels en zorginstellingen.
Aandacht voor 'schoon licht' in de utiliteitsbouw
De Taskforce Verlichting initieert tal van activiteiten om eigenaren en facilitair managers van utiliteitsgebouwen ervan te overtuigen dat energiezuinige verlichting – ofwel Schoon Licht – loont. In zes brochures voor verschillende sectoren in de utiliteitsbouw worden de voordelen en de mogelijkheden van energiezuinige verlichting op een rij gezet. De brochures – die voortkomen uit een samenwerkingsverband van ISSO, UNETO-VNI, NSVV en SenterNovem – zijn in de zomer gereed.
Schoon licht in beeld
Met hetzelfde doel maakte SenterNovem vijf korte filmpjes over 'schoon licht' in kantoren, scholen, zorggebouwen, winkels en bedrijfshallen. De filmpjes zijn vrij te gebruiken, bijvoorbeeld als aftrap van een bijeenkomst of workshop. Ze zijn te zien en te downloaden op www.senternovem.nl/schoonlicht.
Een langere documentaire – met voorbeelden van energiezuinige verlichting – is in voorbereiding.
Besparingsscan
Om kennisdeling over het thema te bevorderen is met de tijdschriften Allicht en Inside Information afgesproken dat er maandelijks een artikel over (ontwikkelingen op gebied van) Schoon Licht geplaatst wordt. Daarnaast ontwikkelt SenterNovem, samen met een gebruikersgroep van bedrijven, een scan om besparingsmogelijkheden en alternatieven op gebied van verlichting in beeld te kunnen brengen. De scan is rond de zomer gereed en wordt daarna getest bij een aantal bedrijven. Het hulpmiddel is onder meer ontwikkeld voor alle bedrijven die deelnemen aan de Meerjaren Afspraken Energie.
Openbare Verlichting
De Koplopersaanpak
De projectgroep Openbare Verlichting roept gemeenten en provincies op werk te maken van energiebesparing in de openbare verlichting. Die bepaalt namelijk 60% tot 70% van de gemeentelijke en provinciale energievraag. Met de 'Koplopersaanpak' wordt een versnelling in de energiebesparing gerealiseerd.
Actie en enthousiasme
De 'Koplopersaanpak' houdt in dat gemeenten en provincies die al actief zijn op het gebied van energiebesparing andere gemeenten en provincies enthousiasmeren en aanzetten tot actie. Om actieve en nog-niet-actieve gemeenten en provincies met elkaar in contact te brengen, organiseert de projectgroep Openbare Verlichting bijeenkomsten in de verschillende delen van het land. Eind januari is in Apeldoorn de eerste bijeenkomst gehouden.
'Zuinig met openbare verlichting'
Rob Metz, wethouder Apeldoorn en voorzitter projectgroep OVL: "Tijdens het symposium eind januari 'Zuinig met openbare verlichting' op 4 maart in Haarlem ondertekenden de gemeenten Bergen, Den Helder, Haarlem, Naarden, Zaanstad en Velsen een intentieverklaring. Daarin beloven zij om – in samenwerking met de provincie Noord-Holland – snel over te schakelen op zuinige openbare verlichting. Maar hoe kom je tot deze besparingen? Die vraag stond centraal tijdens het symposium dat door ruim 100 wethouders, dijkgraven en beleidsambtenaren werd bijgewoond. "We hebben overheden nodig die nu durven te investeren en te experimenteren met duurzame verlichting. Anders komen we niet verder", betoogde een van de sprekers, prof. Wout van Bommel. De zes gemeenten die de intentieverklaring ondertekenden gaan deuitdaging aan en willen als koploper snel tot besparing overgaan.
Uitvoeringsplan
Van alle gemeenten en provincies wordt verwacht dat zij een uitvoeringsplan opstellen voor het energiezuinig maken van hun openbare verlichting en dat de komende jaren gaan uitvoeren. Daarbij kunnen ze gebruik maken van een energiescan die het huidige energieverbruik en het besparingspotentieel berekent. Er zijn echter verschillende soorten scans waarvan de resultaten moeilijk met elkaar te vergelijken zij. Om dat probleem op te lossen probeert de Taskforce Verlichting ervoor te zorgen dat de verschillende energiescans wél op elkaar af te stemmen zijn.
Andere acties
Naast de koplopersaanpak wordt door de Projectgroep Openbare Verlichting gewerkt aan tien andere acties, die uit het adviesrapport van de Taskforce Verlichting, 'Groen Licht voor Energiebesparing', zijn voortgekomen. Meer informatie hierover is verkrijgbaar bij Ruud van Wordragen, secretaris van de projectgroep Openbare Verlichting.(meer openbare verlichting)
RAPPORTAGE UITVOERING TASKFORCE VERLICHTING 2009
1. Inleiding
De Taskforce Verlichting is ingesteld om de minister van VROM, Jacqueline Cramer, te adviseren over de mogelijkheden om energie-efficiënte verlichting in Nederland gemeengoed te laten worden. De Taskforce Verlichting heeft in mei 2008 het rapport “Groen licht voor energiebesparing” uitgebracht. De aanbevelingen en de ideeën die in dit rapport verwoord staan, zijn door minister Cramer overgenomen. Sindsdien is de Taskforce Verlichting betrokken bij (de advisering over) de uitvoering van maatregelen. In deze rapportage wordt een beeld geschetst van de stand van zaken.
2. Algemeen
Sinds het uitkomen van het rapport “Groen licht voor energiebesparing” in mei 2008 lijkt er – 25 jaar na de intrede van de spaarlamp – eindelijk sprake van een doorbraak op gebied van energiezuinige verlichting. De schappen in veel winkels zijn ingrijpend gewijzigd: spaar- en ledlampen liggen tegenwoordig voor het grijpen en naar gloeilampen is het zoeken. Op straat, in de winkels en in de pers kom je reclame tegen voor energiezuinige verlichting en de Nationale Postcode Loterij deelt – in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds – bij ’s lands grootste supermarkt gratis ledlampen uit.
Eén van de belangrijkste oorzaken van deze “lichtrevolutie” is de vaststelling van Europese energie-efficiëncy-eisen voor verlichting geweest. In maart 2009 zijn door de Europese Unie – op basis van de Richtlijn Ecodesign - twee verordeningen vastgesteld op het gebied van huishoudelijke verlichting, en straat- en kantoorverlichting. Door de instelling van deze energienormen is er sinds september 2009 een verbod op het in de handel brengen van matte gloeilampen en heldere gloeilampen van meer dan 80 Watt. De komende jaren worden de normen aangescherpt, waardoor er vanaf september 2010 geen gloeilampen van meer dan 60 Watt, en vanaf september 2012 bijna helemaal geen gloeilampen meer in de handel gebracht mogen worden. Winkels mogen hun bestaande voorraden echter wel opmaken.
Ook de meest energie-onzuinige fluorescentielampen (TL-buizen) worden de komende jaren uit de markt gehaald, evenals energie-onzuinige halogeenlampen (2010-2017). Op het gebied van openbare verlichting hebben de verordeningen minder invloed op de situatie in Nederland. Er komt een verbod op het in de handel brengen van enkele, in Nederland niet zo veel voorkomende varianten, zoals de hogedrukkwiklampen.
Meer goed nieuws uit Brussel is de afschaffing van de importheffing op spaarlampen van buiten de Europese Unie geweest, per oktober 2008.
Mede onder invloed van de Taskforce Verlichting – waarin allerlei verschillende partijen op gebied van verlichting zitting hebben – is het draagvlak voor de invoering van energiezuinige verlichting onder “verlichtingspartijen” groot. Nederlands belangrijkste producent van fluorescentielampen, Philips Lighting, heeft zelfstandig besloten om eerder te stoppen met de verkoop van energie-onzuinige TL dan wettelijk verplicht. Verschillende leveranciers en retailers zijn gestart met voorlichtingsactiviteiten rond energiezuinige verlichting. Innovatieve leveranciers en producenten experimenteren met nieuwe technieken en mogelijkheden op gebied van led. En leveranciers van openbare verlichting informeren en stimuleren gemeenten en provincies tot efficiënte openbare verlichting.
Veel aandacht gaat momenteel uit naar de nieuwe techniek led. Het innovatieve karakter van deze techniek roept veel enthousiasme op. Anderen wijzen met name op de beperkingen die zich vooralsnog voordoen bij deze techniek en het gebrek aan kwaliteitseisen. Binnen de Europese Unie worden er momenteel eerste stappen gezet om tot kwaliteitscriteria op gebied van led te komen. Voor de overheid is led geen doel op zich, maar een middel waarmee energiebesparing gerealiseerd kan worden.
Concluderend kan gesteld worden dat energiezuinige verlichting de wind mee lijkt te hebben. Dat betekent dat er een gerede kans is dat de ambitie van de Taskforce Verlichting – en van haar opdrachtgever, Jacqueline Cramer - gehaald gaat worden. Namelijk: dat energiezuinige verlichting over enkele jaren in Nederland gemeengoed is geworden.
3. Huishoudelijke Verlichting
“Consumenten stappen massaal over van de gloeilamp op de spaarlamp”, zo luidt een persbericht van de Raad Nederlandse Detailhandel (RND). Onderzoek bevestigt dit. Het gemiddeld aantal spaarlampen per huishouden is in 2009 gestegen naar 8, waar dit in 2006 nog 3 was. Ruim 20% van het totale aantal lampen per huishouden zijn nu energiezuinig (bron: HOME-onderzoek, SenterNovem, 2009).
In 2009 is door de belangrijkste leveranciers van verlichting, een groot aantal retailers en de overheid – verenigd in de projectgroep Huishoudelijke Verlichting van de Taskforce Verlichting – samengewerkt aan de totstandkoming van een publiekscampagne op het gebied van energiezuinige verlichting. Onder de titel “Zuinig licht; heldere keuze” is bij een groot aantal winkels – waaronder die van Albert Heijn, Blokker, Karwei, Gamma, HEMA en IKEA – aan consumenten informatie en voorlichting gegeven over energiezuinige verlichting. De campagne is gekoppeld aan de VROM-campagne “Nederland gaat voor een beter klimaat” en werd door het ministerie ondermeer met radiospotjes en campagnefolders ondersteund. Voor individuele vragen kunnen consumenten bij MilieuCentraal terecht. Uitgangspunt van de campagne was een op elkaar afgestemde en eenduidige informatievoorziening aan consumenten. Om dit te bereiken zijn er ondermeer overzichten opgesteld met bruikbare alternatieven voor gloeilampen. De campagne werd rond het ingaan van de wintertijd gestart en krijgt in 2010 een vervolg.
4. Verlichting in de utiliteitsbouw
Ook in de utiliteitsbouw neemt het aantal energiezuinige verlichtingsystemen langzaam maar zeker toe. Zo blijkt uit onderzoek dat in 2008 43% van de kantoren over aanwezigheidsdetectie beschikt, waar dit in 2004 nog 18% was. Van de scholen heeft in 2008 26% aanwezigheidsdetectie, tegen 9% in 2004. En in ziekenhuizen bezit 49% daglicht-afhankelijke regelingen, tegen 33% in 2004. Maar het aandeel energiezuinige fluorescentielampen (TL) is amper gestegen: in kantoren van 28 naar 29%, in scholen van 17 naar 23% en in winkels is het zelfs gedaald van 10 naar 8% (bron: Energiemonitor gebouwde omgeving; Ubouw-panel; SenterNovem, 2009). Het verbod van de Europese Unie op energie-onzuinige TL zal hier naar verwachting de komende jaren verandering in brengen.
De strategie ten aanzien van de utiliteitsbouw - die de Taskforce Verlichting in haar rapport “Groen licht voor energiebesparing” (2008) aanbevolen heeft, bestaat uit twee sporen:
- Enerzijds een uitbreiding van de wettelijke verplichting, waardoor alle utiliteitsbedrijven verplicht worden binnen een aantal jaren energiezuinige verlichting toe te passen;
- Anderzijds het informeren en faciliteren van eigenaren en huurders van utiliteitsgebouwen – en voor deze: de gebouwbeheerders en facilitair managers - bij de overgang naar energiezuinige verlichting.
Dit twee-sporenbeleid is gebaseerd op het gegeven dat veel energiezuinige verlichtingssystemen een korte terugverdientijd hebben (van maximaal 5 jaar), terwijl de doelgroep groot is, maar weinig aandacht heeft voor het onderwerp en moeilijk bereikbaar is.
In 2009 is vanuit de rijksoverheid gestart met het tweede spoor, het informeren en faciliteren van eigenaren, huurders, facilitair managers en gebouwbeheerders. Samen met de branche-organisatie van adviseurs en installateurs UNETO-VNI en de kennisinstituten ISSO en NSVV is een reeks van brochures en een handboek uitgebracht op gebied van energiezuinige verlichting, voor de verschillende sectoren in de utiliteitsbouw (zoals kantoren, scholen, winkels, enz.). Voor deze sectoren zijn ook korte filmpjes gemaakt over het onderwerp en twee langere documentaires. Tevens is er een verlichtingsscan ontwikkeld, waarmee een bedrijf snel kan zien door welke energiezuinige verlichtingstechnieken de bestaande verlichting vervangen kan worden, welke kosten daarmee gemoeid zijn en hoe lang de terugverdientijd is. Al deze kennisproducten zijn terug te vinden op de website www.senternovem.nl/schoonlicht. Op deze website zijn verder artikelen over en voorbeelden van “schoon licht” te vinden.
De wettelijke verplichting op het gebied van energiezuinige verlichting is vooralsnog niet uitgebreid. Thans zijn bestaande utiliteitsgebouwen met een energieverbruik van meer dan 50.000 kwh of 25.000 m3 aardgas op jaarbasis op grond van de Wet Milieubeheer verplicht energiemaatregelen (waaronder verlichtingsmaatregelen) te treffen met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar. Circa 60% van de utiliteitsgebouwen heeft echter een lager verbruik en ook bij nieuwbouw is het niet verplicht om energiezuinige verlichting toe te passen. Ondersteund door een werkgroep van gemeentelijke handhavers heeft de Taskforce Verlichting het ministerie van VROM geadviseerd op welke wijze de wettelijke verplichting uitgebreid en versimpeld kan worden.
Binnen de kaders van de huidige wetgeving zijn en worden er door verschillende gemeenten projecten gestart, gericht op de handhaving van verlichtingsmaatregelen in utiliteitsgebouwen. Gezamenlijk is een aantal faciliteringsinstrumenten ontwikkeld, zoals informatiebladen, een database met maatregelen, een instructiefilm en instructiebijeenkomsten. Inmiddels zijn hier circa 40 gemeenten bij betrokken. Het is de bedoeling om de handhavingsactiviteiten in 2010 uit te breiden naar meer dan 100 gemeenten.
5. Openbare Verlichting
De Taskforce Verlichting wil – door middel van de zogeheten “koplopersaanpak” - gemeenten en provincies enthousiast krijgen om hun openbare verlichting te verduurzamen. De bereidheid van gemeenten en provincies om hier aan mee te werken is groot. Inmiddels zijn zo’n 160 gemeenten aan te merken als “koploper” op het gebied van openbare verlichting. Dit zijn zowel gemeenten die een uitvoeringsplan hebben opgesteld voor het energiezuinig maken van openbare verlichting als gemeenten die dit binnenkort gaan doen.
101 Gemeenten hebben inmiddels een uitvoeringsplan opgesteld voor het energiezuinig maken van de openbare verlichting en 207 gemeenten werken hier aan (bron: SenterNovem).
Vanuit de provincies is een werkgroep in het leven geroepen, waarin samengewerkt wordt op gebied van openbare verlichting. Doel is om aan het einde van het eerste kwartaal van 2010 een plan voor alle provincies gereed te hebben. Ook de betrokkenheid van marktpartijen, zoals de leveranciers openbare verlichting, bij de koplopersaanpak is goed.
Gemeenten en provincies worden bij de koplopersaanpak ondersteund met kennisproducten, zoals factsheets en nieuwsbrieven. Ook is er voor hen een nieuwe website gelanceerd: www.senternovem.nl/openbareverlichting.
Daarnaast is er een groot aantal pilots uitgevoerd met nieuwe vormen van led-verlichting. Er is een energielabel voor openbare verlichting opgesteld en er zijn cursussen ontwikkeld om de kennis van gemeentelijke en provinciale ambtenaren te vergroten.
Download pdf
|